Cursus Diervoeding 2019
Allereerst heel erg bedankt dat ik de cursus diervoeding door jullie steun heb kunnen volgen. Het was een erg interessante cursus, waarbij ik veel heb geleerd over bodem-, kuil-, en voerkwaliteit. Ik dacht dat ik met de kennis vanuit Wageningen al best wat wist, maar dat viel nog tegen.
Ik heb geleerd hoe belangrijk voeding is. Het kan een heel mooi gezicht zijn als een koe goed en veel eet, maar toen we de mest van de koeien gingen onderzoeken, op de boerderij waar de cursus gegeven werd, kwamen we erachter dat veel voedingsstoffen helemaal niet verteerd werden. Dat is erg jammer, want de koe kan er geen of weinig energie uit halen om melk te produceren. Voor de boer is het ook jammer van het geld, want hij krijgt er eigenlijk niks voor terug. Dit kan komen doordat voedsel te snel uit de pens weg gaat of dat het de leverancier van bijvoorbeeld graankorrels, niet genoeg bewerkt heeft, waardoor koeien het niet kunnen opnemen. Donkere kluiten in de mest wijzen op veel vet in het gras. Ik had niet verwacht dat er zoveel informatie uit te halen valt uit het onderzoeken van ontlasting. Ook heb ik geleerd welke mineralen voor de grond belangrijk zijn en de Calcium en Magnesium verhouding. De presentator gaf als voorbeeld dat je calcium kan vergelijken ballenbak-ballen en magnesium met pingpongballen. Calcium zorgt ervoor dat de grond nog lucht krijgt, maar magnesium verstikt de grond, omdat hij de gaten opvult en er geen zuurstof in de grond kan komen, waardoor de mineralen in de grond niet of veel later pas in het gras kan komen. Bodemkwaliteit is dus belangrijk om de juiste voedingswaardes in het gras te krijgen voor de koeien.
Verder heb ik een blad gekregen waarop ik kan bepalen wat de kwaliteit van het voer is. De geur, natheid, soort gras (voorjaar, zomer, najaar, 1 soort gras, of meerdere soorten grassen). We hebben gezeefd, waardoor we de samenstelling van het voer kunnen bepalen. Te veel kleine deeltjes zorgen ervoor dat het voer te snel door de pens gaat, waardoor het voer niet goed verteerd wordt. Ook heb ik les gehad welk voer je aan de koeien geeft a.d.h.v. van het droge stofgehalte in het voer. Dit vond ik het moeilijkste gedeelte, omdat ik in kilo’s reken om uit te rekenen hoeveel een koe nodig heeft, terwijl boeren dit a.d.h.v. het droge stofgehalte doen. Het duurde even voordat ik doorhad hoe zij daarmee rekenen. Ook hebben ze tijdens de cursus verteld wat je kan doen om broei tegen te gaan, zoals goed aanrijden, zwaargewicht erop leggen en de voorkant in sproeien met propionzuur. Verder hebben we het gehad over snelle en langzame vertering. Stel dat je een voerkuil voert waarbij stoffen in zitten die snel uit de maag wegspoelen, dan kan een koe die stoffen bijna niet gebruiken voor haar vertering. Ruwvoer door het voer kan dan helpen om de vertering te vertragen, wat ervoor zorgt dat de snelle stoffen langer in de pens blijven en beter gefermenteerd worden waardoor ze beter opgenomen kunnen worden in het lichaam. Dit had ik ook wel in Wageningen gehad, maar ik blijf het interessant vinden hoe wij als mensen de vertering kunnen beïnvloeden, waardoor een dier beter groeit of produceert.
Verder heb ik ook geleerd om aan uiterlijke kenmerken de gezondheid van een koe te beoordelen. Als een koe dof in het vacht zit en/of een aceton lucht heeft, dan zijn dat tekenen van slepende melkziekte.
Misschien is dit voor jullie vanzelfsprekend, maar ik kom net om de hoek kijken bij landbouwhuisdieren en ik vond de cursus erg leerzaam en ik hoop dat ik deze kennis kan gebruiken in mijn verdere ontwikkeling en ervaring met landbouwhuisdieren. Ik word er ook enthousiast van en zou mij graag meer in deze onderwerpen willen verdiepen.
