Vanaf het eerste college in mijn BSc aan de HAS in Den Bosch wist ik al gelijk dat ik iets met pet food wilde. Echter was ik alleen nog maar in aanraking geweest met de bedrijfs-kant, maar nog nooit met de academische kant. Hier kwam een einde aan toen ik mijn MSc scriptie begon in samenwerking met dr. Guido Bosch. Al heel snel merkte ik dat ik de afwisseling in werkzaamheden en het “trial and error” proces dat gepaard gaat bij het doen van onderzoek erg goed bij mij passen.
Toen ik mijn MSc aan Wageningen University & Research begon, was ik er in eerste instantie van overtuigd dat ik een passie lag bij onderzoek over de “gut-brain axis”. Over het feit dat er een verbinding is tussen dieet en nutriënten, en de manier waarop mensen en dieren zich voelen kon ik me eindeloos verbazen. Echter, toen het eenmaal aankwam op de vakken en de practica die ik moest doen, merkte ik steeds meer dat dit me toch niet helemaal aan stond. In mijn hoofd was het haast ongrijpbaar wat voor cascades er allemaal in onze cellen plaatsvinden, en werd het nog ingewikkelder als het immuunsysteem hier ook nog eens bij kwam kijken. Hierdoor was ik even verloren in wat ik nu precies wilde, totdat ik het vak Feed Technology volgde. In dit vak werd uitgelegd hoe niet-verteerbare ingrediënten verwerkt worden tot een volledig verteerbaar voer. Na dit vak, ben ik MSc vakken van de opleiding Food Technology gaan volgen, waarbij ik nog meer kennis kon vergaren over voedseltexturen, smaken en de stabiliteit van een voedselsysteem als roomijs.
Met deze kennis op zak wilde ik graag een scriptie schrijven die pet food met voedingsmiddelentechnologie combineert. Met enig geluk was zo’n project ook daadwerkelijk beschikbaar. Dit onderzoek ging over de stabiliteit van vetzuren tijdens de productie van kattenbrokken. De scheikundige reactie waarbij vetzuren uit elkaar vallen wordt vet-oxidatie genoemd. Bij deze reactie worden er producten gevormd die als ranzig worden ervaren door o.a. huisdieren. Bij de acceptatie van een voer speelt met name de geur een grote rol, aangezien het reukorgaan zo veel beter ontwikkeld is dan smaak. Wanneer een hond of kat daarom de ranzige geur van een geoxideerd product waarneemt, kan dit een grote invloed hebben op hoe lekker het dier het product vindt, en of het gegeten wordt. Daarnaast kan het ook gevolgen hebben op de nutritionele waarde van het product. Onverzadigde (of gezonde) vetzuren zijn namelijk de eerste slachtoffers van vetoxidatie, en zodra ze geoxideerd zijn verliezen ze ook hun voordelen op bijvoorbeeld de hersenwerking en het immuunsysteem.
Voorafgaand aan deze scriptie was ik nog nooit in aanraking geweest met het doen van onderzoek. Ik merkte dat ik al snel begon te houden van het proces waarbij je gaat brainstormen met experts over nieuwe ideeën, en op basis daarvan maar even iets gaat proberen. Het voelt aan het begin van zo’n nieuw onderdeel altijd een beetje als natte vinger werk, maar wanneer je je eerste resultaten krijgt, kom je erachter dat je al een heel eind bent. Wellicht is het nodig om nog een aantal aanpassingen te maken, en misschien lukt het wel helemaal niet, maar dan weet je dat ook weer voor de volgende keer. Echter, als het daadwerkelijk lukt om te bereiken wat je van plan was krijg ik daar zo veel voldoening uit en heb ik het gevoel dat ik ook echt iets heb bereikt. Het gaat wel eens gepaard met enige frustratie en twijfel, maar hierdoor is het gevoel van trots en zelfvoldoening alleen maar groter wanneer het tóch lukt. Mede hierdoor ben ik erachter gekomen dat het doen van een PhD iets is dat ik graag zou willen doen, en ben ik nu bezig met de aanloop hiernaartoe. Hierdoor ben ik Stichting BSD erg dankbaar voor de beurs die het mogelijk heeft gemaakt om extra-curriculaire vakken aan de WUR te volgen en mijn échte passie te kunnen ontdekken.
